Wat we publiceren

We benaderen burgers als individuen en vermelden niet standaard de etnische afkomst of huidskleur van personen

Lees meer

Bronvermelding

Zie ook: Bronnen

A

  • We schrijven uitspraken toe aan bronnen, zoveel mogelijk met naam genoemd. Dat hoort bij de transparantie en controleerbaarheid van de informatie.
  • Nieuws van anonieme bronnen brengen we alleen als de informatie zeer relevant is, betrouwbaar en niet langs andere weg, ‘on the record’, is te verkrijgen.
  • Algemeen bekende feiten hoeven niet te worden toegeschreven aan een bron; bij feiten en cijfers die worden betwist, is bronvermelding nodig.

B

  • Toeschrijving van uitspraken aan bronnen gebeurt door vermelding van hun naam, hun functie of positie in een organisatie en, waar nodig, hun leeftijd of woonplaats.
  • Anonieme bron(nen) omschrijven we zo goed mogelijk (functie, rang, expertise) zonder hun anonimiteit in gevaar te brengen.
  • Een correspondent of verslaggever in het buitenland zal bij gebruik van lokale media niet altijd de bron van een feit of citaat hoeven vermelden, maar mag nooit ten onrechte de indruk wekken zelf ergens bij aanwezig te zijn geweest, of een uitspraak uit de eerste hand te hebben gehoord.
  • Bij het overnemen van, of voortgaan op, primeurs uit andere media wordt altijd de bron vermeld.

Citeren

Zie ook: Citaten aanpassen Inzage geven Bronnen

A

  • Wij geven in citaten (tussen dubbele aanhalingstekens) de woorden van de geïnterviewde zo letterlijk mogelijk weer.
  • Spreektaal mag licht worden aangepast (‘eh’ en ‘uh’), niemand spreekt in perfecte zinnen. Maar zonder de woordkeus van de spreker te veranderen.

B

  • Dit geldt ook voor citaten in koppen (tussen enkele aanhalingstekens). Een citaat geeft iemands woorden weer, niet iemands bedoeling.
  • Wij gebruiken zo min mogelijk anonieme citaten; soms kan het niet anders, maar in de regel hoort bij een geciteerde uitspraak de naam of een herkenbare omschrijving van de spreker. We gebruiken liever één ‘on the record’-citaat dat door anonieme bronnen wordt bevestigd, dan louter anonieme citaten.
  • We corrigeren in principe geen taalfouten in geschreven teksten die wij citeren. Dat geldt ook voor sociale media. We gebruiken slecht Nederlands echter niet om schrijvers te ridiculiseren; parafraseren is ook altijd mogelijk.
  • Uitspraken die vóór publicatie worden voorgelegd, kunnen alleen worden gewijzigd wanneer het citaat feitelijk onjuist blijkt te zijn (op basis van aantekeningen of opname), de spreker zich aantoonbaar heeft vergist (over een feit van ondergeschikt belang) of het citaat verduidelijking behoeft.

Citaten aanpassen

Zie ook: Citeren Inzage geven

A

  • Wij kunnen citaten voor een interview of reportage voor publicatie aanpassen, wanneer de bron duidelijk kan maken waarom dit nodig is. Maar: de redacteur beslist, niet de bron.
  • Documentatie (opnamen, goede aantekeningen) is van cruciaal belang om te kunnen beslissen of de bron een punt heeft.

B

  • Hieronder volgen situaties waarmee wij te maken kunnen krijgen, met suggesties hoe daarmee om te gaan
    • “Dit is feitelijk onjuist.” Louter die mededeling is onvoldoende, de bron moet duidelijk maken waar de onjuistheid uit blijkt, en hoe het wel zit.
    • “Dit heb ik niet gezegd.” Dit geschil is te voorkomen door gesprekken op te nemen of secuur aantekeningen te maken.
    • “Dit heb ik niet zo bedoeld.” Dat kan, ook journalisten begrijpen dingen verkeerd. Maar hoe bedoelde u het dan wél? En: wil de spreker iets beter uitleggen of op zijn woorden terugkomen? Over het tweede valt doorgaans niet te praten.
    • “Dit heb ik wel gezegd, maar ik heb me vergist.” Dat kan gebeuren. Het maakt wel uit of het gaat om een feit of om een opvatting (en of het gaat om een ondergeschikt of juist belangrijk feit).
    • “Dit heb ik wel gezegd, maar ik krijg grote problemen als dit wordt gepubliceerd.” Hier is ook van belang wie het zegt: een politicus of topbestuurder moet weten wat hij doet in gesprek met een journalist. Dat ligt anders voor mensen in een ondergeschikte positie zonder media-ervaring. Dan kan het te rechtvaardigen zijn hun een zekere bescherming te bieden.
    • “Als je dit publiceert, dan kom je er nooit meer in.” Hoezo? Klopt er iets niet, of bedoelt u iets anders? Als de spreker niet duidelijk kan maken wat er mis is, dan publiceren wij zonder aanpassingen (en maken dat ook duidelijk).

Commentaar

A

  • Wij geven in citaten (tussen dubbele aanhalingstekens) de woorden van de geïnterviewde zo letterlijk mogelijk weer.
  • Spreektaal mag licht worden aangepast (‘eh’ en ‘uh’), niemand spreekt in perfecte zinnen. Maar zonder de woordkeus van de spreker te veranderen.

B

  • Dit geldt ook voor citaten in koppen (tussen enkele aanhalingstekens). Een citaat geeft iemands woorden weer, niet iemands bedoeling.
  • Wij gebruiken zo min mogelijk anonieme citaten; soms kan het niet anders, maar in de regel hoort bij een geciteerde uitspraak de naam of een herkenbare omschrijving van de spreker. We gebruiken liever één ‘on the record’-citaat dat door anonieme bronnen wordt bevestigd, dan louter anonieme citaten.
  • We corrigeren in principe geen taalfouten in geschreven teksten die wij citeren. Dat geldt ook voor sociale media. We gebruiken slecht Nederlands echter niet om schrijvers te ridiculiseren; parafraseren is ook altijd mogelijk.
  • Uitspraken die vóór publicatie worden voorgelegd, kunnen alleen worden gewijzigd wanneer het citaat feitelijk onjuist blijkt te zijn (op basis van aantekeningen of opname), de spreker zich aantoonbaar heeft vergist (over een feit van ondergeschikt belang) of het citaat verduidelijking behoeft.

Correcties en Aanvullingen

Zie ook: Ingezonden brieven / reageren online Ontpubliceren / Archiefbeheer online

A

  • We corrigeren fouten en vullen onvolledige informatie ruimhartig aan. Dat kan gebeuren in vervolgberichtgeving maar ook in correcties in de krant of online.

B

  • Feitelijke onjuistheden (cijfers, jaartallen, namen, leeftijden) of onvolledige citaten worden in de krant rechtgezet in de rubriek Correcties & Aanvullingen, online door een correctie aan een artikel te hechten.
  • Ook kleine onjuistheden (een onjuist gespelde naam, een jaartal) behoeven correctie.
  • De rubriek Correcties & Aanvullingen is niet bedoeld voor discussies over de strekking of interpretatie van een artikel (zie ingezonden brieven).
  • Bij opmerkelijke of bizarre correcties (zoals een dood verklaard individu dat nog in leven blijkt) vermelden we bondig hoe de fout in de krant kon terechtkomen.
  • Redacteuren worden ingelicht en geraadpleegd over mogelijke correcties en aanvullingen die hun artikelen betreffen.
  • Wij plaatsen in de regel geen naschriften bij een ingezonden brief. Naschriften kunnen uitleg geven van de redactie, maar zijn geen correctie, en kunnen evenmin dienen als substituut daarvoor.

Etnische afkomst

A

  • We benaderen burgers als individuen en vermelden niet standaard de etnische afkomst of huidskleur van personen. Dat geldt ook voor korte politieberichten.
  • Vermelding van etnische afkomst kan relevant zijn in verhalen over bepaalde onderwerpen (werkgelegenheid, criminaliteit, cultuur, et cetera). In het artikel moet dan zoveel mogelijk duidelijk worden gemaakt waarom (vermelding van) afkomst relevant kan zijn.
  • Ook in meer persoonlijke stukken, zoals portretten en interviews, kan vermelding van iemands etnische afkomst nuttig zijn.

B

  • Wij schrijven over Nederlandse burgers dan, bijvoorbeeld, als “Marokkaanse (Surinaamse, Turkse etc. ) Nederlander” of “Nederlander van Marokkaanse (etc.) afkomst”. Wat ook kan: personen “met een Marokkaanse (etc.) achtergrond”, of “van Marokkaanse (etc.) komaf”.
  • We vermijden de termen “allochtoon” en “autochtoon”, dit zijn sociaalwetenschappelijke containerbegrippen die vage spreektaal zijn geworden. Uiteraard kunnen ze voorkomen in citaten (van sprekers of uit documenten) en soms wanneer ze expliciet van toepassing zijn (bijvoorbeeld in stukken over bevolkingsonderzoek). Bij beschrijvingen van individuen of groepen in eigen berichtgeving geven wij er echter de voorkeur aan om concreter te zijn en – indien relevant – te spreken van “Marokkaanse (Turkse, Surinaamse, etc.) Nederlanders” of mensen van “Marokkaanse (Turkse, Surinaamse, etc.) afkomst”.

Feitelijke onjuistheden

Zie ook: Inzage geven Correcties en Aanvullingen

A

  • Onder feitelijke onjuistheden vallen in de eerste plaats harde gegevens. Denk aan: spelling van namen, jaartallen, cijfers, plaatsaanduidingen, chronologieën.
  • Onder feitelijke onjuistheden valt uitdrukkelijk niet: de interpretatie of context van een betoog of gebeurtenis. Deze komt voor onze rekening en kan bij twijfel vóór publicatie op basis van argumenten nog eens met bron(nen) worden besproken.

Fotobewerking

Zie ook: Fotobijschriften / infographics

A

  • Fotobewerking is toegestaan, maar mag net zomin als tekstbewerking leiden tot een misleidende voorstelling van de werkelijkheid.
  • De marge voor beeldbewerking is bij illustratieve foto’s ruimer dan bij nieuwsfoto’s.
  • Wanneer een foto door de redactie inhoudelijk is bewerkt, vermelden wij dat in het bijschrift.

B

  • Foto’s zijn geen mechanische reproducties van de werkelijkheid, maar kunnen op vele manieren worden gebruikt: als nieuws, illustratief, of als commentaar.
  • Daarbij dient waarheidsgetrouwheid voorop te staan. Voorbeeld: op een foto van een persconferentie van de premier is zijn woordvoerder in de hoek van de zaal weggesneden om de foto staand te maken. Dat is toegestaan, tenzij de krant of site met opzet de indruk wil wekken dat de woordvoerder niet aanwezig was.
  • In hoeverre bewerking toegestaan is, hangt dus ook af van de context van plaatsing.
  • Onder technisch retoucheren valt bijvoorbeeld het aansnijden van een foto om die passend te maken, of het bijstellen van de kleur (contrast, helderheid).
  • Onder cosmetisch retoucheren valt het verwijderen van vlekken of beschadigingen op een foto, het herhalen van een foto die als achtergrond wordt gebruikt bij tekst, of het plaatsen van nadere informatie (grafieken, tekst) in een illustratieve foto.
  • Onder manipuleren valt het met opzet misleidend verwijderen, toevoegen of aanpassen van objecten of personen in een foto, om een onjuiste voorstelling van de werkelijkheid te geven. Ook het ‘spiegelen’ van foto’s valt daaronder.

Fotobijschriften / infographics

Zie ook: Fotobewerking

A

  • Wij vermelden in het bijschrift bij foto’s en infographics de bron (fotograaf, persbureau of agentschap, een ander medium) correct en volledig.
  • Bij foto’s of andere illustraties die door de redactie of door de leverancier zijn bewerkt, vermelden wij dit in het bijschrift.
  • Bij een ‘illustratieve’ foto (een niet per se actuele foto die, vaak uit voorraad, wordt geplaatst bij een artikel) vermelden wij wanneer die is genomen.

Foto’s, anonimiteit op ..

Zie ook: Privacy

A

  • We houden ons aan de regels van het portretrecht en aan jurisprudentie over privacy, tenzij er zwaarwegende redenen (van publiek belang) zijn hiervan af te wijken.
  • Fotograferen in de publieke ruimte is toegestaan, maar portretrecht stelt grenzen aan het gebruik van foto’s van willekeurige, herkenbare personen.
  • Bij artikelen over controversiële onderwerpen plaatsen we om die reden geen foto’s van herkenbare (Nederlandse) personen die niet in het artikel voorkomen. Het gebruik van foto’s van buitenlandse bureau’s is over het algemeen minder bezwaarlijk (de kans dat personen daar hinder of schade van ondervinden is geringer), maar kan dat ook wél zijn.
  • Onder foto’s bij artikelen over al dan niet controversiële onderwerpen vermelden wij of de afgebeelde personen in het artikel voorkomen. Dat geldt ook voor foto’s van buitenlandse bureau’s.

Gefingeerde namen, schuilnamen

Zie ook: Bronvermelding Namen, vermelding van ..

A

  • Wij gebruiken géén gefingeerde namen. Journalistiek staat of valt met de betrouwbaarheid en controleerbaarheid van informatie; daar hoort het noemen van namen bij.
  • Als het noodzakelijk is de identiteit van een bron of persoon te beschermen, dan doen we dat in de regel door zijn of haar (achter)naam weg te laten.

B

  • Het gebruik van gefingeerde (volledige) namen maakt journalistiek onbetrouwbaar, maar is ook gevaarlijk: er is vaak een andere, niet-betrokkene die écht zo heet.
  • Als de veiligheid of het leven van een bron wordt bedreigd en het publieke belang van zijn of haar verhaal groot genoeg is (denk aan een interview met een overgelopen spion of informant uit het criminele milieu), dan geven we betrokkene geen andere voor- of achternaam, maar gebruiken wij een omschrijving of een aanduiding als ‘X’.
  • Bij het verhaal moet, in een aparte uitleg, duidelijk worden vermeld waarom wij de naam van betrokkene niet noemen.

Geruchten

Zie ook: Hoor en wederhoor

A

  • NRC brengt geen geruchten als feiten. Geruchten kunnen nieuwswaarde hebben, maar dienen als zodanig te worden benoemd.
  • Het moet dan gaan om geruchten die relevant zijn voor het publieke debat of om het handelen van functionarissen te begrijpen (politiek, bedrijven).
  • Geruchten die mogelijk belastend, schadelijk of defamerend zijn voor personen, publiceren wij niet zonder wederhoor.

B

  • Geruchten (over een vermeend feit) zijn iets anders dan speculaties (verwachtingen op basis van argumenten). De vraag wie minister wordt in een nieuw kabinet, of de volgende directeur van een museum, kan in publicaties voorwerp zijn van speculatie. Daarbij hoort dan wel: checken of een reactie vragen bij de betrokkene(n).
  • In online live blogs over groot nieuws dat zich snel ontwikkelt, kan het voorkomen dat ook ongeverifieerde berichten worden vermeld. Dan dient altijd ook de bron te worden vermeld en de informatie zo snel mogelijk te worden geverifieerd en geactualiseerd.

Ik-journalistiek

A

  • Journalisten schrijven over anderen, niet over zichzelf. Redacteuren van NRC laten zichzelf dus in de regel buiten het verhaal.
  • Soms kan een artikel in de ik-vorm worden geschreven om lezers dichtbij een ervaring of gebeurtenis te brengen. Wij zijn daar terughoudend in.
  • Columnisten en opinie-auteurs kunnen zichzelf en hun ervaringen in de regel wel betrekken in hun artikelen; zij beoefenen een per definitie persoonlijk genre.

B

  • Wij zijn terughoudend met het gebruik van ik-journalistiek omdat die lezers de indruk kan geven van ijdelheid en kan afleiden van het onderwerp.
  • Bij uitzondering kan de ik-vorm worden gebruikt wanneer het gaat om het beschrijven van een ervaring of gebeurtenis die voor de lezer onbekend en uniek is (bijvoorbeeld onder vuur komen in een oorlogssituatie), of die juist bekend en exemplarisch is (bijvoorbeeld een school kiezen, verblijf in een ziekenhuis).
  • Ook in zulke uitzonderlijke verhalen geldt dat de persoon van de journalist ondergeschikt moet blijven aan het verhaal.

Ingezonden brieven / reageren online

Zie ook: Correcties en Aanvullingen

A

  • Ingezonden brieven zijn het middel bij uitstek om lezers aan het woord te laten. Zij kunnen daarin publicaties van NRC Media aanvullen, ondersteunen of bekritiseren.
  • De redactie maakt een strenge selectie uit de ingezonden brieven, op basis van kwaliteit, originaliteit en urgentie.

B

  • Online kunnen bezoekers reageren op (sommige) artikelen en deelnemen aan discussies. De spelregels daarvoor zijn te vinden op: www.nrc.nl/spelregels/
  • Ingezonden brieven zijn geen verkapte rectificaties. Correcties worden gepubliceerd in de rubriek Correcties en Aanvullingen of online onder een artikel.

Initialen (verdachten, daders en slachtoffers)

Zie ook: Privacy

A

  • NRC Media volgt traditioneel een ‘initialenregel’ bij het noemen van verdachten en daders van strafbare feiten (voornaam en eerste letter van de achternaam).
  • Dat is geen wettelijk voorschrift, maar een journalistieke afspraak. Het is géén dogma. Namen noemen hoort bij de journalistiek, en van de initialenregel kan in bepaalde gevallen dan ook worden afgeweken.
  • Dat kan het geval zijn bij hooggeplaatste publieke functionarissen (politici, rechters, topambtenaren, artsen, hoogleraren, openbaar bestuurders, topbestuurders in het bedrijfsleven). Argument: NRC richt zich op de publieke zaak.
  • Het gebruik van initialen is potsierlijk bij personen die al algemeen bekend waren vóórdat zij verdacht werden (bijvoorbeeld ‘Patrick Kluivert’ en niet ‘Patrick K.´). De bescherming van hun identiteit die de regel moet dienen, speelt dan geen rol meer.

B

  • Behalve het argument van ‘potsierlijkheid’ voor publieke personen, gelden de volgende uitzonderingen op de initialenregel:
  • Bij verdachten en daders in het buitenland (we schrijven ‘Marc Dutroux’ en niet ‘Marc D.’). Argument: de afstand tot het Nederlandse lezerspubliek.
  • Bij verdachten of daders die NRC-journalisten wederhoor hebben verleend en die er geen bezwaar tegen maken hun naam te noemen. Argument: vrije keus.
  • Slachtoffers van misdrijven of rampen worden niet aangeduid met initialen, omdat dit hen criminaliseert; zij worden omschreven of bij naam genoemd.

Over de initialenregel is veel discussie in de journalistiek.

Argumenten voor de regel zijn:

  • verdachten vinden de staatsmacht tegenover zich, NRC is daar geen verlengstuk van;
  • verdachten zijn onschuldig tot het tegendeel is bewezen;
  • namen noemen van daders is een extra straf.

Argumenten ertegen zijn:

  • journalistiek dient burgers ook in te lichten over de vraag wie waarvan wordt verdacht;
  • door verdachten initialen te geven laten we de journalistiek juist wél als verlengstuk van Justitie fungeren; initialen stigmatiseren; en
  • in de journalistiek gaat het om de vraag of iemand iets heeft gedaan, niet alleen om juridische schuld.

Voor kleinere vergrijpen die voor lezers van NRC Media niet relevant zijn, is het noemen van initialen of namen van verdachten hoe dan ook niet nodig.

Kinderen

A

  • NRC houdt in de berichtgeving extra rekening met de belangen van minderjarigen, in het bijzonder kinderen. Dit geldt ook voor volwassenen die verminderd toerekeningsvatbaar zijn (psychiatrische patiënten, verslaafden, etc.)

B

  • We citeren kinderen alleen als zij zijn gesproken in het bijzijn en met medeweten van een ouder of andere bevoegde volwassene, zoals (op school) een leraar.
  • We zijn terughoudend met het plaatsen van foto’s met (herkenbare) kinderen bij controversiële onderwerpen, ook als daarvoor toestemming is verleend.
  • We zijn terughoudend met het vermelden van achternamen van kinderen, zeker bij controversiële onderwerpen (criminaliteit, rechtspraak, gezondheidszorg).

Leeftijd, vermelding van ..

A

  • Leeftijd hoort, net als naamsvermelding, bij de journalistieke identificatie van personen die een dominante of grote rol spelen in een verhaal.

B

  • We vermelden leeftijd standaard in portretten en interviews, ook in reportages waarin personen uitgebreid aan het woord komen.
  • Ook in andere stukken kan het vermelden van de leeftijd van bronnen relevant zijn (artikelen over jeugdcriminaliteit, ouderenzorg, et cetera).
  • We vermelden leeftijd niet om te suggereren dat een persoon te jong of te oud is in de context waarin wij hem of haar opvoeren. Die suggestie moet dan in het artikel expliciet worden beargumenteerd.

Namen, vermelding van ..

Zie ook: Initialen (verdachten, daders en slachtoffers) Gefingeerde namen, schuilnamen Kinderen

A

  • Journalistiek draait om ‘wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe’. Bij het ‘wie’ hoort het vermelden van namen.
  • Uitgangspunt is met andere woorden dat de krant namen altijd vermeldt. Er moeten goede argumenten zijn om een naam niet te noemen.

B

  • Een naam wordt vermeld op basis van een ‘on the record’-bron. Als die niet beschikbaar is zijn ten minste twee ‘off the record’-bronnen nodig.
  • Argument om een naam dan alsnog niet te noemen, kan zijn dat de naam voor een landelijk medium als NRC niet relevant is (de naam van een inbreker, ontslagen arts of ambtenaar in Heerlen kan relevant zijn voor De Limburger, maar is dat minder/niet voor NRC).
  • Voor verdachten en daders van strafbare feiten geldt een initialenregel. Daarop zijn tal van uitzonderingen, zoals de ‘potsierlijkheidsregel’ (voor bekende publieke personen).
  • Bij minderjarigen of verminderd toerekeningsvatbare personen (psychiatrische patiënten, verslaafden) kan het raadzaam zijn de achternaam weg te laten.
  • Bij ernstige (feitelijke) beschuldigingen waarbij een naam wordt genoemd, is wederhoor verplicht. Als dat niet mogelijk blijkt, dient duidelijk te worden vermeld hoe is geprobeerd wederhoor toe te passen en waarom dat niet is gelukt.

Ontpubliceren / Archiefbeheer online

Zie ook: Correcties en Aanvullingen

A

  • De integriteit van het archief staat voorop. Dat betekent dat verzoeken om er wijzigingen in aan te brengen, in de regel niet worden gehonoreerd.
  • Een uitzondering kan alleen worden gemaakt met toestemming van de hoofdredactie en na overleg met de auteur van het artikel en diens chef.

B

  • Verreweg de meeste verzoeken die NRC Media bereiken, betreffen het weglaten van een naam omdat een bron spijt heeft van een uitspraak, aan het solliciteren is of zijn reputatie wil beschermen. Op dergelijke verzoeken gaan wij niet in.
  • Een (achter)naam verwijderen in het online archief wordt alleen overwogen in extreme situaties, zoals verminderde toerekeningsvatbaarheid (kinderen, psychiatrische patiënten).
  • Altijd moet worden vermeld wat er is verwijderd (bijvoorbeeld een naam), en waarom.
  • Fouten in het archief worden hersteld. Dat gebeurt niet door het artikel te bewerken, maar door een correctie onderaan het betreffende stuk te hechten.

Politiefoto’s

Zie ook: Foto’s, anonimiteit op ..

A

  • We plaatsen in de regel geen politiefoto’s van verdachten of voortvluchtige misdadigers; NRC is geen verlengstuk van Justitie.
  • Zulke foto’s kunnen relevant zijn in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld omdat de politie het tonen van de foto zelf tot een nieuwsevenement maakt (zoals in het geval van Robert M.)

Taalgebruik

Zie ook: Onze stijl en smaak

A

  • We schrijven helder, concreet Nederlands. Journalistiek is niet gebaat bij vaag, wollig of abstract taalgebruik.

B

  • We gebruiken geen scheldwoorden, schuttingtaal of plat Nederlands om stoer te doen of, anderzijds, om bronnen neer te zetten als onontwikkeld.
  • In citaten kan zulke taal wel voorkomen, met mate en afhankelijk van de relevantie voor het onderwerp/artikel.

Terrorisme

A

  • Wanneer spreken we van een ,,terreur’’ of ,,terrorisme’’? Wanneer is een pleger van geweld een ,,terrorist’’? Op die vragen worden uiteenlopende antwoorden gegeven. De EU definieert terrorisme bijvoorbeeld als geweldsmisdaden ,,met het oogmerk een bevolking of een regering te intimideren’’ of de maatschappelijke orde te ,,destabiliseren. Maar onder de Argentijnse dictatuur (1976-1983) was een terrorist ook al iemand die ,,ideeën verspreidt die zijn gericht tegen het christendom’’. Nelson Mandela, een bekend voorbeeld, was volgens de Zuid-Afrikaanse autoriteiten een terrorist. De Israëlische premiers Shamir en Begin golden voor het Britse gezag in Palestina als terroristen, zoals Arafat later voor Israël.
  • Het begrip terrorisme (en terrorist) is dus sterk politiek beladen en hangt vaak af van het perspectief van overheden of organisaties. Denk aan de slagzin: one man’s terrorist is another man’s freedom fighter.
  • Veel internationale media zijn de termen daarom gaan mijden. De BBC en Reuters gebruiken ,,terrorisme’’ of ,,terrorist’’ bij concrete aanslagen en personen alleen in citaten. Zij geven de voorkeur aan concretere beschrijvende termen als ,,bomaanslag’’, ,,schutter’’, ,,kaper’’ of ,,militant’’. In Nederland schreef de ombudsvrouw van de Volkskrant dat ,,het niet aan de krant [is] om te bepalen we het label terrorist verdient’’.

Voor NRC geldt:

  • We prefereren concrete, feitelijke, beschrijvende termen in de dagelijkse berichtgeving, zeker wanneer nog maar weinig bekend is over achtergronden of motieven van een aanslag. Dan spreken we van ,,dader’’, ,,schutter’’, ,,bommengooier’’, et cetera. We volgen het adagium: hoe concreter, hoe beter.
  • ‘indien vaststaat dat het gaat om een aanslag met jihadistisch motieven hebben we het bijvoorbeeld over ‘islamitische’ terreur. We proberen dit waar kan liefst te vervangen door een meer concrete beschrijving: (bv: “de 19-jarige moslim uit Birmingham die geïnspireerd werd door een radicale imam”)
  • Hoewel termen als ,,terrorisme’’ en ,,terrorist’’ terughoudend moeten worden gebruikt, is er geen reden ze volledig te mijden, buiten citaten. Ook ,,terrorisme;’’ en ,,terrorist’’ kunnen toepasselijke, beschrijvende termen zijn, los van de politieke of juridische context. Voorwaarde is dan wel een zo helder mogelijke eigen definitie.

Voor NRC zou die definitie inhouden:

  • Het moet gaan om een geweldsdaad tegen (willekeurige of concrete) personen door particulieren, groepen of organisaties, met het doel angst te zaaien onder (een deel van) de bevolking of/en een beleidswijziging af te dwingen bij een bedrijf of overheid.

Dit is een ruime definitie, waar bijvoorbeeld ook geweld van staten onder kan vallen (denk aan ,,terreurbombardementen’’ in een oorlog). Belangrijk is te onthouden dat terrorisme een middel is, niet voorbehouden aan één groep of beweging, poltiek of ideologisch doel.
Als aan deze voorwaarden is voldaan, is er niets op tegen om te spreken van een ,,terreurdaad’’ of ,,terrorisme’’. Met die kanttekening dat zeker in de eerste berichtgeving, wanneer nog naar informatie wordt gezocht, andere beschrijvende termen de voorkeur verdienen.

Zelfmoord, vermelding van ..

A

  • We vermelden zelfmoord (of ‘zelfdoding’) als doodsoorzaak, maar zijn terughoudend met het geven van details over omstandigheden en methode. Wij romantiseren zelfmoord niet als een oplossing voor levensproblemen.

B

  • Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat grote en gedetailleerde media-aandacht voor (methoden van) zelfmoord kopieergedrag kan bevorderen. Zie hierover ook de richtlijn voor journalisten van de Ivonne van de Ven Stichting voor preventie van suïcide of de mediacode van de Wereldgezondheidsorganisatie.
  • In het kort komen deze richtlijnen hierop neer: geef geen details van methode of middel (bijvoorbeeld exacte dosering van middelen); niet romantiseren (bijvoorbeeld door uitgebreid te citeren uit dagboeken of afscheidsbrief); vermeld eventueel het nummer van de hulplijn 113 online. Uit onderzoek blijkt dat dit helpt.